Bergen
We kijken al twee weken naar het Párnitha gebergte dat ten noorden van de stad tot ruim 1400 meter boven de stad uitstijgt. Hoog tijd om de berg op een doordeweekse dag te verkennen. De indrukwekkende rij met restaurants aan beide zijden van de weg tot onder aan de berg en de grote parkeergarage onderaan de kabelbaan maken duidelijk dat je in het weekend waarschijnlijk niet de enige bent die van het groen wilt genieten. Het Párnitha gebergte is een nationaal park. Overal lopen wandelpaden. We verheugen ons op het wandelweer in de maanden september tot en met mei. We nemen eerst de route naar de masten op de hoogste top. Natuurlijk is dit militair gebied en fotograferen verboden. Op weg naar beneden gaan we verder het park in. De weg wordt tussen zonsondergang – en opgang gesloten. Vlinders en bijen vliegen af en aan. Het dennengroen staat er nog prachtig fris bij. We stoppen bij een prachtige plek met kerkje en bron. We delen de picknickplaats met twee Grieken die de hitte van de stad zijn ontvlucht, salie hebben geplukt en onze lunch aanvullen met komkommer, kersen en meloen. Tomaat en bosje salie krijgen we mee. Gelukkig aanvaarden zij één (van de twee) appels in retour. De kunst van geven en nemen moet een mens hier snel onder de knie zien te krijgen.
Het Párnitha gebergte staat op ons recreatieprogramma en hoog op het lijstje als er bezoek is van familie en vrienden.
To fagitó
Ton heeft kip met aardappels en citroen uit de oven klaargemaakt tijdens de siësta. Ik maak er een lekkere bak sla bij en wederom genieten wij van een lekkere maaltijd op ons balkon. We weten nu hoe heerlijk het ruikt op die prachtige bergen recht voor uit, en welke steile weg de lichtjes van de omhoog en naar beneden rijdende auto’s afleggen.



