We hebben afgelopen zaterdag in de grote supermarkt geen condoleance-kaartjes gezien. Ook op Ermou, de Kalverstraat van Athene, springen deze kaarten niet meteen in het oog. We wagen in Iraklio op het plein bij het metrostation een nieuwe poging in een klein winkeltje. We zijn zonder woordenboek op pad en aangezien dood gaan en rouwkaarten nog niet tot onze standaard woordenschat behoren doen we een poging in het Engels, Een geslaagde, want de jongeman gaat in het rek op zoek en haalt er een grote, paars-roze gekleurde kaart uit. Denk je dat je redelijk open minded bent, maar we waren toch duidelijk op zoek naar een condoleancekaart Nederlandse stijl. We besluiten de kaart meteen te ondertekenen en op ons aanstaande adres in de brievenbus te stoppen. Die blijkt er niet te zijn. We gebruiken de tralietjes voor de ramen maar als zodanig. De aankondiging van het sterfgeval hangt in de voor hier zo typerende briefjes aangeplakt op de bomen in de straat.
To fagitó
Lamlendig van de hitte schuif ik de courgettetaart naar binnen. Het huis is lekker koel als er wind staat. Nu brandt de zon genadeloos op de metalen rolluiken. De houten vloer is heet aan mijn voeten. Het is verbazingwekkend hoe moe een mens kan zijn, zonder te weten waarvan. Mijn benen voelen al aan als lood, vóórdat we vanochtend voor het eerst de metro de stad innemen. Moe zijn schijnt echter een onlosmakelijk onderdeel te zijn van het hele emigratieproces. Mijn zus was het vergeten, maar herinnerde zich hoe uitgeput zij zich voelde toen ze vijf jaar geleden naar Canada verkaste. Zinovieff beschrijft in haar boek ‘Eurydice Street’ hoe het gezin de eerste maand als gevangenen in het nieuwe huis doorbrengt. Geen zin om dozen uit te pakken of de buurt te verkennen. Wij hebben nog twee weken om een beetje bij te piepen voordat onze inboedel arriveert.


