De moeder van onze aanstaande huiseigenaresse is vanochtend overleden. We voelen ons ongemakkelijk als we op de geplande tijd voor de deur staan om het huurcontract af te halen en voor het eerst kennis maken met de zoon des huizes. Het is hier gewoon om dezelfde dag of de dag erop begraven te worden. Er is echter geen graf beschikbaar en de begrafenis is uitgesteld tot maandag of dinsdag. Of we pas woensdag terug willen komen. Tuurlijk. Zelfs het Engels woord voor sterkte schiet ons acuut niet te binnen, laat staan het Griekse. Volgens Ester en Kostas kun je ook hier condoleance-kaartjes kopen. Kostas ‘keurt ons huurcontract goed’. We kunnen het zonder problemen ondertekenen.

We spenderen een groot deel van de middag in de ‘Karfour’ (Carrefour), een supermarkt van gigaformaat. Het is een zeer pragmatische manier om te weten wat er hier te koop is en wat dingen kosten. Ze hebben hier kleding, toiletartikelen, speelgoed, schrijgerei, keukengerei, tv’s en koelkasten en natuurlijk alle spullen die je in een gewone supermarkt vindt. Na een dik uur vind ik het wel welletjes en gaan we op zoek naar de spullen die op ons lijstje staan. Dat is overigens geen sinecure in een supermarkt die te groot is. Ik ben blij dat we straks een normale winkel om de hoek hebben.

 

To fagitó

We kunnen vandaag voor het eerst ’s avonds zomers buiten eten. De kritharaki (kleine pasta) met paprika en geroosterde ham smaakt goed bij de ondergaande zon. De rosé uit het vat is deze keer net frambozenlimonade. Dat kan beter. Net als de stoelen op ons balkon. We plakken vast op de plastic stoelen die het balkon sieren van ons tijdelijk onderkomen nu de zon zich doet gelden. Ton heeft zijn oog al laten vallen op een marmeren eettafel. We hebben er al een zien staan voor 25 euro. Nee, het blad was geen hard plastic, maar gewoon wit met zwart marmer. Waarschijnlijk niet van een denderende kwaliteit, maar toch.

18 juni 2006