Trip naar Evvia

 

Evvia is het één na grootste Griekse eiland. Het ligt vlak voor de kust van Attika Het is een favoriete weekend- en vakantiebestemming van Atheners, dus wordt het tijd dat wij ook eens een kijkje gaan nemen.

 

Evvia wordt bijna uitsluitend bezocht door Grieken. Waarom niet door buitenlandse toeristen, is een vraag waar we graag antwoord op willen. De broer van Ton bivakkeert een paar dagen bij ons en we gaan gedrieën op stap. Je kunt op verschillende plaatsen de boot nemen naar Evvia, maar wij nemen 's ochtends de brug van het vaste land naar de hoofdplaats van het eiland, Xalkída. Dat is even slikken, want het laatste stuk op het vaste land en het eerste stuk op het eiland rijden we door lokale industrie. Ook een olijfoliefabriek ziet er niet pittoresk uit. We stoppen niet in Xalkída, maar rijden meteen richting het zuiden. Daar schijnen drakenhuizen te zijn, huizen gebouwd van stenen die niet door mensen te tillen zijn geweest. Gedachtig de indrukwekkende muren van Tiryns (bij Mycene) willen wij dat wel eens zien. In Erétria drinken we koffie naast de haven, waar de veerboten naar het vaste land af en aan vertrekken. Zo gaan we dus vanavond terug. We halen een foldertje met vertrektijden bij het loket.

 

De weg naar het zuiden gaat door dorpjes, langs wijnvelden, en voor een groot deel langs de kust. De stranden zijn drukbezocht, maar men ligt geen hutje mutje. Verder naar het zuiden ontsieren een betonfabriek en een energiecentrale twee eens fraaie baaien. De ‘hoofdweg’ naar het zuiden brengt ons achter een betonwagen aan naar het dorpje Styra. Zoals aangekondigd in de reisgids verwijst een -Griekstalig- bord naar de drakenhuizen. We boemelen zachtjes over de dirtroad de berg op. Geen idee hoever en waar we precies naar moeten zoeken. Rode pijlen en stippen op stenen wijzen ons de weg. Toch belanden we bij een geitenboerderij. Nog één laatste poging dan. Hoger op de heuvel struinen mensen rond, daar zal het dan wel zijn. Twee Griekse stellen op de motor hebben ook de tocht hierheen gemaakt. We klimmen de heuvel op naar de stenen die er van een afstand uitzien als geitenstallen. Tja, het is duidelijk geen ‘mighty Tiryns’. Volgens onze eigen theorie zijn hier boeren aan het werk geweest die na een koude winter de kapotgevroren platte stenen uit de rotsen hebben gebikt. Draken waren er waarschijnlijk niet voor nodig, maar leuk zijn de huisjes met hun schuine daken wel. En bovendien genieten we na deze avontuurlijke tocht door de binnenlanden van Evvia van heerlijke kaas- en spinazieflappen én van het prachtige uitzicht over de met laurier en jeneverbes begroeide heuvels.

 

De weg terug naar Erétria voert ons door droog landschap, door glooiende heuvels, door bijna verlaten dorpen. Ondanks de bordjes, kan men het helaas niet laten een parkeerplaats te gebruiken om oud metaal, bouwafval en andere rotzooi de berghelling af te kieperen.

 

We hebben in één dag maar een klein stukje van het eiland gezien. De vraag waarom hier geen buitenlandse toeristen komen blijft onbeantwoord. Ja, ze maken er hier af en toe een zootje van, maar dat zijn we overal tegengekomen. Wij komen zeker terug om meer van Evvia te verkennen.